|
INTRO:
'Een haiku is een en al
ogenblikkelijk inzicht in de vergankelijkheid,' is
slechts één van de honderdduizend
vrijblijvende meningen over haiku's. Wat voor de ene een
broodkruimeltje vol poëzie is, is voor een ander een scriptie van
duizend pagina's. Elk zijn smaak.
Wel
is het duidelijk dat geforceerde 'zeventieners' vaak geen haiku's
zijn, zoals 'kiekjes' geen foto's zijn. Melige versjes doen
het uiteraard beter dan de meesterlijke haiku's van Bashô, Busson en
Shiki. Misschien omdat mensen nog te vaak uitgaan van gemakzucht?
Cultuurpoliticus Jozef Deleu zei ooit: 'De traditionele
cultuurverenigingen, die alle zonder uitzondering grote historische
verdiensten hebben, teren bijna uitsluitend op wat je niet zonder
ironie 'gevestigde on-waarden' zou kunnen noemen...'
Waarvan akte. Men
ondersteunt maatschappelijk helaas nog te weinig het open te staan
voor een frisse geest. Vragen naar inhoud en bewuste
normering zijn niet ingegeven door moraalridderschap of door een
enge zucht naar bevoogding. De afwijzing van de wijze waarop aan
publiekswerving wordt gedaan voor de meest triviale maatschappelijke
nonsens, is de instap. Waarbij behoudsgezindheid niet het beoogde
is. Een kritisch reveil is gewenst: tegendraads waar nodig, maar
steeds met langetermijndenken en respect voor het historisch
erfgoed. Ook de haikuwereld moet misschien maar eens leren
zichzelf te overstijgen om niet langer te teren op de traditie van
de middelmatigheid. Voor één keer gaat het zelfs niet om betoelaging
of statutaire invullingen. Het volstaat de kwaliteit van het
gebodene te vergroten. Het potentieel is in Vlaanderen en Nederland
onmiskenbaar aanwezig. Het kan dus alle richtingen uit!
EEN
REFLECTIE OP HET HAIKUÏST ZIJN:
Al bij al moet iedereen vooral
zijn eigen spoor maar volgen.
Haiku-scribenten met veel ego kiezen graag voor hun eigen ding. Al of
niet met dt-fouten, plagiaat, interpunctie, cliché's, metaforen,
17 lettergrepen of geniale invullingen. Welles-nietes spelletjes of
neerbuigende snieren zijn daarbij overbodig. Schrijf iets, of schrijf
iets niet. Soms gaat zoiets ver, je legt iets voor inzake haiku's
en vrije meningsuiting en krijgt als bot antwoord; 'Bah wat een
hoop woorden... maar ik ga je verhaal niet lezen...'
Dat is pas communicatie en een bewijs van empatisch vermogen. Een
dergelijke arrogante en elitaire aanpak ondergraaft
gelukkig geen geestdrift, integendeel.
Er zijn rivalen noch
querulanten, er bestaan hooguit enkele grammen taligheid. En nu en dan eens,
bijna per ongeluk, een goed
verwoorden. Wat geen
probleem is voor wie de beginnersmentaliteit weet te behouden. Of je
thuishoort bij een wat triviale stroming die de tussen-n, zoals voorgeschreven door
spellingvernieuwing, verwerpt is niet eens relevant. Strak in het pak met
regels of soepel in de omgang met basistechnieken is van futiel belang.
Alles blijft een persoonlijke keuze. Elk kind heeft
recht op een knuffelbeest. Versjes schrijven is vooral geen kegelbaan beheren! Er valt
namelijk niks te
scoren. Er is geen groot gelijk. Poepsimpel: of je nu kiest voor
verzorgde taal of voor gewauwel, de sterren blijven flonkeren. Het
oorspronkelijk gelaat blijft onveranderlijk.
Een mens
kan zonder meer van haiku’s houden, ze bevatten naast eenvoudige poëzie vaak ook wat troost en een beetje
weerbarstigheid. Haiku’s schrijven heeft niets te maken met
opgeheven vingertjes en verstikkende regelgeving.
Regelneven met
te beperkende wetten en weetjes zijn overbodig. Net zoals de
laksheid die de kantjes eraf loopt en alles toelaat: rijm, metafoor,
personificatie
(met het toedichten van menselijke eigenschappen aan dieren, planten en
dingen), enjambementen, hyperbolen, enz. Vrijheid-blijheid is geen
haiku-instap.
Uiteraard is het nooit de
bedoeling een ivoren toren te bewonen of mensen met een andere
mening te schofferen. Elk
doet zijn ding, respect voor de basisregels blijft een persoonlijke
instap.
Een haiku vereist geen opsmuk met intellectualisme
of slimmigheden. Een haiku vraagt een ongekunstelde maar zuivere taal,
gebracht met de geestdrift van een beginner! De haiku
observeert het bestaan
van de dingen, doorheen de vier (vijf) seizoenen en in directe
waarneming. Het haikumoment grijpt terug naar de natuur, de oerbron,
met als bijkomende invalshoek: Nieuwjaar. Puristen zullen, op zoek
naar het vermeende meesterschap, mogelijks elke andere invulling
weigeren. Slechts 5 onderwerpen maken dan de dienst uit: Lente
-
Zomer
-
Herfst - Winter - Nieuwjaar.
De
moderne (westerse) haiku behoudt meestal deze vijf belangrijke items
maar kan net zo goed focussen op eenmalige activiteiten en
gebeurtenissen:
tsunami's, kroeglopen, toerisme, mode, vrede, koi-vissen, kermis,
kraakpanden, doorzakken, vliegeren, nagels lakken, enz.
Bij
haiku's schrijven zijn schrappen
en herschikken belangrijk want gericht op inhoud en originele
zegging. Of zoals haikuïst Bart Mesotten het stelt: 'Het
is een moeilijk genre dat je enkel onder de knie krijgt door hard
werken, studeren, vijlen, en zeker: door veel goede haiku's te lezen
en te bestuderen.'
Vakmanschap en schrijfvaardigheid
volstaan echter niet, er
is ook nood aan verwondering en origineel verwoorden. Het onderwerp
van een hedendaagse (westerse) haiku beperkt zich dus niet langer
tot de natuur, maar is daar meestal wel aan gelinkt. Er bestaan
zelfs boeken met seizoenswoorden, lijsten met gebruiken, voorwerpen,
dieren en planten die naar een seizoen verwijzen. Door de
verderschrijdende mondialisering (en opwarming van de aarde?) hebben
die lijsten helaas nog weinig zin. Sommigen poneren dat
de haiku geen natuurgedicht is maar, gezien zijn link met de
seizoenen, eerder een tijdsgedicht is. Over de haiku’s kan
men allerlei sterke en technisch onderbouwde stellingen debiteren,
maar de tegenspraak is vaak groter dan het gebodene.
Volgend leuk verhaaltje over het ontstaan van de haiku verdient een
ereprijs: Japanse boeren
namen een lei en krijt mee naar hun rijstvelden. Zo konden ze bij
het avondmaal hun familie verhalen over hun waarnemingen. De boeren
kwamen er echter snel achter dat hun lei te klein was om alles wat
zij mooi vonden op te schrijven... wat eindigde in de 5-7-5 vorm!
Hoe verzint men zulke
fabels? De lei komt toch uit Europa? En de boeren waren toch
ongeletterde mensen?
De haikuïst kan
beter op zoek
gaan naar
momentopnames, eenvoudige waarnemingen, de lichtheid of de volheid van de dingen.
Thematisch een erg bredere waaier bestrijken kan, op gevaar af te
glijden naar oppervlakkigheid. Onderwerpen als oorlog
en vrede kunnen verhitte debatten opleveren die soms aan het doel
voorbijschieten wegens: agressief, oorlogszuchtig of platte
propaganda. Erotiek heeft ook zijn 'heet' plaat(s)je...
Laat de kenners
elkaar maar om de oren slaan met regeltjes en we(e)tjes, de haikuïst
volgt toch zijn eigen spoor. Hij doet gewoon zijn ding en kiest
hopelijk voor een inhoudelijke invulling om met kennis van zaken, en zonder vrees voor
hatelijke opmerkingen, te kiezen voor meer verdieping en een goede
literaire invulling om zo voldoening te genereren. Haiku's zijn als
dauwdruppels: elke dag weer kortstondig aanwezig maar altijd
schitterend en vol licht.
De haiku een enge
katholieke, vrijzinnige of Zen-achtige inhoud meegeven verarmt
meestal het
universele karakter van de haiku en degradeert vaak de haiku tot een
schim van zichzelf. Pakweg de 'Hymne à la matière' van Pierre
Teilhard de Chardin of 'La
Divina Commedia'
van Dante Alighieri als instap gebruiken voor haikuachtige
hertalingen getuigt waarschijnlijk niet van veel bescheidenheid, al
kan een mens zich vergissen. Maar goed, uiteindelijk is niemand
verplicht deze (on)dingen te lezen. Kritische zin heeft gelukkig
niets met 'papenvreterij' te maken.
Ook emotionele en
melige inkleuringen over leestekens, kinderen, kleinkinderen en
huisdieren garanderen geen geslaagde haiku’s, al staat het iedereen
vrij 'leuke' zeventieners over familiefeestjes te schrijven.
De haiku vraagt
niet
om de emotie(s) van de auteur maar wel op de weergave van emotie(s)
opgeroepen door 'slimme' observatie(s). Met andere woorden: de
authentieke weergave van een opgeroepen emotie is belangrijker dan
de subjectieve waarneming op zich. De haiku bestaat uit verdichte
werkelijkheid.
In de
beste Zen-traditie is de haiku door zijn eenvoud en strakke
vormgeving zo concreet dat deze in feite niet te vangen is binnen
een abstracte ontleding. De haiku is een vingerhoed vol emotie,
waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende
omschrijvingen.

HAIKU BEGRIPPEN:
Aantal
lijnen:
Oorspronkelijk was een haiku de eerste aanzetstroof
(hokku) voor een koppelgedicht (renga).
In Japan schrijft men de haiku vaak in één
verticale regel. In het Westen koos men voor drie regels, met
een verdeling in ongeveer 5-7-5 lettergrepen. Minder kan, meer
is ongebruikelijk.
De haiku is daardoor niet zomaar een klein gedicht in
drie lijnen met 5-7-5 lettergrepen elk. Een haiku kan elke lengte
hebben tussen enkele tot zeventien syllaben. Maar goed, verwondering
en een kinderlijke verbazing zijn belangrijker dan haarklieverij
over de vorm. Vergeet niet dat westerse lettergrepen langer zijn dan
Japanse ‘moren’. Men kiest daardoor meer en meer voor een afwijkende
vorm, tussen de 12 en 17 lettergrepen. Het aantal lettergrepen dat
je kan uitspreken in één ademtocht zou de natuurlijke lengte van de
haiku bepalen... maar de ene heeft een grotere mond dan de andere.
Dus...
Al te zeer vasthouden aan dit vormelijk stramien zorgt voor steriele
‘zeventieners’ met veel verplicht gedoe over: de 'juxtapositie' van
twee delen van de haiku. Een haiku drukt, in zijn klassieke vorm,
een ogenblikservaring uit. Soms gelinkt aan Zen met volgende
overwegingen: ‘Als alles gezegd is over wat een haiku zou kunnen
zijn, zal de haiku zelf aan het woord komen om lachend elke uitleg
te ontkennen. Wat vloeibaar is kan met geen schepnet gevangen
worden. De menselijke geest zal steeds achter de haiku aanhinken
omdat de haiku vluchtig is, ijl en transparant, maar vooral niet te
benoemen. Laat het haiku-vers in drie regels voor zichzelf spreken,
en de haiku zal zwijgen en glimlachen.’ In de moderne vorm of
‘westerse haiku’ wordt daar steeds meer van afgeweken waardoor het
keurslijf van de al te rigide vorm vervalt.
Seizoenwoord of Kigo: Belangrijk
in de Japanse haiku is het gebruik van een woord, waaruit het
seizoen blijkt waarin de haiku zich situeert, al komt de seizoenloze
haiku ook steeds meer voor in Japan.
Haiku focust op de
natuur (seizoenswoord: kigo) dus ook op de mens en zijn rituelen, en
is omschreven als het maximum samenballen van observaties met een
minimum aan woorden. Minder is mooi ?
Snijwoord:
De cesuur tussen de
twee delen valt na de eerste of de tweede regel. Deze tweedeling
bestaat uit een bovenstrofe en een onderstrofe. Al of niet in 17
lettergrepen, al dan niet met een seizoenswoord (kigo). Sommige
haikuïsten doen gemakshalve altijd moeilijk...
Typisch voor Japan zijn de zogenaamde snijwoorden zonder
inhoudelijke betekenis, die sterk de gevoelswaarde of toon van het
gedicht bepalen. Wij gebruiken gedachtestreepjes, puntjes of
een uitroepteken. Veel haikuïsten gebruiken interpunctie noch
hoofdletters maar dat is een persoonlijke keuze waar kniesoren toch
een kluif aan hebben.
Natuur:
Een gangbare opvatting is dat in een haiku de natuur, of iets uit de
natuur, centraal staat. Vermits de mens ook natuur is kan een
welles-nietes discussie meteen van start gaan.
Een haiku laat zich door het hart schrijven, niet door het brein. De
haikudichter (haikuïst) laat weg, de lezer vult in!
Geen
metaforen of personificatie: Beeldspraak en
personificatie leiden snel tot verspilling van woorden. Dit zijn
ongewenste stijlfiguren.
Al bij al is
de
haiku het resultaat van nauwkeurig waarnemen en niet van perfide
taalspelletjes of ego-tripperij. Wimpers als vlindervleugels horen
eerder thuis in het surrealisme.
Alliteraties:
kunnen een zeldzame keer voor een verhoogde klankrijkdom zorgen maar
evenzeer voor verhoogde meligheid die doet denken aan de
voorspelbare titels van Suske en Wiske... Snorrende snorren,
briesende bruiden, kwaaie kwieten en zingende zwammen gaan niet goed
samen met uitgebalanceerde haiku's.
Geen
waardeoordeel: Woorden die
een waardeoordeel of gevoelswaarde uitdrukken (vb. mooi, fraai,
enz.), worden vermeden. De logische instap bestaat niet uit
emotie's benoemen maar ze oproepen.
Geen rijm:
In principe wordt rijm in een haiku uitgesloten.
Alliteraties en klinkerherhalingen kunnen eventueel wel, mits spaarzaam gebruikt.
Haikublog:
Nu zowat iedereen
zijn eigen blog heeft, van sigarenbandjes tot poppenverzamelingen
zijn er vanzelfsprekend ook middelmatige haikublogs, soms met de
meest melige invullingen. Oprichters van die forums waar men
zijn huisvlijt in zeventien lettergrepen aan het oordeel van anderen
kan voorleggen zijn vaak aan de betuttelende kant. De redactie of
wat daar voor doorgaat zit vol grote ego's met erg lange teentjes
zodat machtsmisbruik voorkomt. Met stuurt je arrogante mails,
blaft je toe wat mag en niet mag en wijzigt om de haverklap de
huisregels zeker als een discussie al eens wat uitwaaiert, dan zijn
censuur en de snoeischaar legio. Niet echt aanraders voor wie het
haikuverhaal ernstig neemt. Uitzonderingen bevestigen de regel.
Haikumoment: Een conservatieve opvatting stelt dat aan een haiku
een authentieke waarneming ten grondslag moet liggen, het zogenaamde
haikumoment. Deze regel is niet van Japanse oorsprong, maar in het Westen ontstaan.
Afwezigheid van de
dichter:
de
dichter ontbreekt meestal in de waarnemingen, de ik-vorm wordt
vermeden.
Dat
de auteur nooit in een haiku mag voorkomen als de eerste persoon van
het vervoegde werkwoord, is uiteraard onzin. Alleen kan de ik-vorm
soms navelstaarderig overkomen. Een haiku als ego-trip is niet het
beoogde.
Schrijfwijze:
Vlaanderen
is rijk aan folklore, dus wordt 'haiku' soms ook als 'haikoe'
geschreven, wat internationale contacten en wereldwijde communicatie
via internet in de weg kan staan. Uiteindelijk draait alles om
inhoud en niet om al of niet geregistreerde benamingen. Pennenstrijd
noch apologetiek zijn hier aan de orde. Volg gewoon de van Dale
en/of het Groene boekje. Idem voor de tussen-n.
Haikukernen:
regionaal zijn in Vlaanderen en Nederland slechts een twintigtal
haikukernen actief, met een eerder beperkt aantal leden die elkaar
op geregelde tijdstippen ontmoeten om elkaars versjes te bespreken.
Kritische aan- en opmerkingen zijn uiteraard gewenst, maar niet iedereen beschikt over
eenzelfde taalgevoel of relativerend vermogen. Modderworstelen is er
gelukkig niet bij al bestaan hier en daar wel
doorgroeiteentjes.
Kern
in West-Vlaanderen:
DE FLUWEELBOOM
Haikukernen kalven blijkens recent
opgevraagde cijfers verder af. Onze samenleving is namelijk steeds minder
gericht op het verenigingsleven. Was er te lang sprake van
nepotisme, vriendjespolitiek en ouwe-jongens-krentenbrood? Als een
Canadese journaliste, tijdens een interview voor het Franse
tijdschrift ‘Gong’, vraagt naar het Nederlandstalige haikuwereldje
moet er eerlijkheidshalve en in alle bescheidenheid op gewezen
worden dat de sien hier ‘waarschijnlijk’ te klein is om van
een heus ‘wereldje’ te gewagen. Een andere voorstelling van zaken
doet de waarheid geweld aan. Binnen het hele Nederlands taalgebied
zijn er
trouwens (kwalitatieve invullingen buiten beschouwing gelaten)
hooguit een paar honderd actieve haikuïsten. Wat op 22 miljoen
inwoners (6 miljoen Vlamingen en 16 miljoen Nederlanders) niet echt
een succes is. Dat belet niet dat een schitterend tijdschrift
uitgegeven wordt: VUURSTEEN is gewijd aan haiku's en
tanka's. Het verschijnt om de drie maanden. Heeft u interesse?
Contacteer dan:
Ferre Denis.
Haikoe
Centrum Vlaanderen
Sporthalplein 201, 2610 Wilrijk. Voor Nederland, contacteer
Ben van 't Land.
Gelegenheidshaiku's:
Gelegenheidshaikuïsten en
dorpskranten hebben iets met elkaar. Tenenkrullende rijmelarij en
zeldzame pareltjes zorgen voor de nodige (?) bladvulling. Leerzaam !
Bij
huwelijksfeesten en verjaardagen wil de vlijtige debutant-haikuïst
ook wel eens drie lijntjes neerpennen. Ook bij rouwverwerking kan de
haiku wel eens een reflectie aanreiken. De kwaliteit blijft
variabel. Vanzelfsprekend hebben dergelijke tekstjes soms maar een
vluchtige waarde. De gelegenheidshaiku is vrijblijvend van karakter.
Te vaak denkt men nog dat het aanhouden van de
vijf-zeven-vijf-snijlijn in een fraai zinnetje, liefst met
rijmwoorden, ook meteen een haiku zal opleveren. Maar ook dat
behoort tot de mogelijkheden, er is terzake een polarisatie aan de
gang. Een boeiend verschijnsel dat om opvolging vraagt. Enkele dwaze
gewoontes slopen binnen in het haiku schrijven, wie zich al te
fanatiek toelegt op het behouden van het 5-7-5 stramien laat zich
vaak verleiden tot het gebruik van nietzeggende woorden om toch
maar het juiste (?) aantal lettergrepen neer te kunnen pennen (de
zwarte merel, de koude sneeuw, de natte regen, enz.) Jerom uit Suske
en Wiske achterna? Sommige schrijvers hanteren zelfs een
telegramstijl waardoor veel lidwoorden sneuvelen en sprake is van
manifeste taalverloedering. Nog andere hanteren een beeldspraak die
onnozel aandoet (bv: Een treurwilg grijpt met hangende armen.... Een
afsluithek dat de hemel tart...) Een haiku schrijven blijft achter
alles een literaire bezigheid, al zit daar helaas soms de klad in.
Het blijft mensenwerk. Wie zonder honden is werpe het eerste been!?
Haikuwedstrijden:
Sommige plaatselijke kranten, van onder en boven de Moerdijk, bieden
in navolging van Japanse kranten haikuhoekjes en haikuforums aan.
Zij het soms met criteria die de toets van de kritiek niet kunnen
doorstaan. Nogal wiedes waar het accent ligt op lezersaantallen en
niet op een kwalitatief aanbod of invulling van haiku's.
Wie na publicatie van zo'n duizend versjes naar de mening van zijn
lezers hengelt kan die ook krijgen. Ongezouten waar nodig, zij het
soms met wat (milde) ironie. Met excuses voor wie dat anders mocht
ervaren. Meningen zijn er in een democratie nu eenmaal om vrij te
uiten. Bovendien onstaan er alleen maar vonken waar geketst wordt.
Recenseren, met een
korreltje zout:
Wat een kritische lezer(es) afwijst is niet
noodzakelijk een vorm van zich elitair afzetten tegen wat niet
bevalt of van een neerbuigende kijk op anderen. Neen, smaken
verschillen, zo simpel is dat! Kwaliteit is best een
minimumvereiste, hoe subjectief ook. Ordinaire rijmelarij of
puberale versjes kunnen nooit haiku's zijn. Maar dat kan een nuchter
denkend mens wel relativeren, er bestaan nu eenmaal verschillende
invullingen en percepties. Die al of niet respecteren is een
persoonlijke keuze, scheldpartijen en verkrampte reactie's getuigen
daarbij niet van veel maturiteit, maar dat is onbelangrijk.
Een tijdlang recenseerde ondergetekende
haiku's, zelfs ongevraagde zendingen. Maar dat beviel niet echt
meer, wegens een teveel aan wrevel en onredelijke reactie's op de
duidelijke taal bij het antwoorden. Nogal wiedes dat
onheuse opmerkingen over hoe met kritiek en gedichtjes van anderen
om te gaan, niet hoeven gepikt te worden. Opgeheven vingertjes en
neerbuigende taal hoeven niet zo nodig. Een gezond mens moet
namelijk niks, tenzij zijn ding doen zolang hij daar de puf en de
'goesting' voor heeft.
Dus is de huidige optie, met ingang van
vandaag: geen ongevraagde versjes meer recenseren, tenzij daar
overleg aan voorafgaat zonder zich aan wie dan ook te 'moeten'
verantwoorden.
Wie recenseert is namelijk aan niemand
schatplichtig. Wat of hoe men iets invult gebeurt onafhankelijk en
zonder betutteling. Voor een voorschrift tegen puistjes raadpleegt
men een dokter, inzake haiku’s raadpleegt men waar nodig bevriende
haikuïsten. Liefst zij die, niet toevallig, over een portie gezond
verstand, gevoel voor humor en dus relativerend vermogen
beschikken. Zeker indien deze achtbare kuyu’s ook nog de nodige
expertise in huis hebben. Iets wat ik zelf niet eens claim. Wie
minder goede versjes schrijft is uiteraard geen misdadiger die voor
een 'vierschaer' moet verschijnen, net zoals een beetje recensent
geen ploert is.
Het is al te gemakkelijk en zelfs
intellectueel oneerlijk, zowel voor een recensent als voor een
auteur, van uit te pakken met spot en sarcasme als een of andere
beoordeling niet aan de verwachtingen voldoet.
Terughoudendheid in de formulering van een
beoordeling, is gelukkig geen regel. Wie versjes voorlegt ter
beoordeling moet gefundeerde kritiek kunnen verdragen. Tot nader
inzicht lijkt iedereen wel in staat de uitgezette krijtlijnen te
relativeren. Recht voor de raap zijn is nog geen kontknijperij. Al
opperde iemand dat een recensent er moet voor oppassen dat hij het
plezier van de mensen niet vergalt. Willen 'die mensen' dan ook de
goedheid hebben het plezier van een recensent niet te vergallen? Na
meer dan twintig jaar recenseren blijft één iets overeind: gelijk
oversteken aub... Van recensenten een soort waterdragers maken kan
ook niet. Iemand die links, en vooral rechts, bemoedigende
commentaar geeft maar wel uitkijkt dat hij niet op de
doorgroeiteentjes gaat staan kan beter sardientjes inblikken en dus
passen voor een wat kruiperige houding.
Elk mens heeft werk genoeg met de eigen
tekortkomingen en blunders. Dan maar de ongevraagde versjes ter
finale beoordeling doorgeven aan een of ander forum? Geen denken aan
want ondergetekende postuleerde nooit om een doorgeefluik te worden
of als een gewillig slaafje op te draven. Met alle haikunezen maar
niet met den dezen! Deze jongen neemt haiku's ernstig en dat moeten
anderen ook maar doen. Zoniet kan de 'delete-knop' goed werk
leveren en verzuring tegengaan.
De afbouw van het recenseren zou wel eens een
goede stap kunnen zijn richting: afbouwen van oordelen van wat
subjectief is. Niks staat vast en alles staat vast. De paradox
bestaat ook de eerlijke uitspraak: ‘Ik weet het niet.’ De koan van
Hisamatsu zegt: ‘Niks werkt, wat ga je doen?’ Wie meent haiku’s te
schrijven moet dat maar doen. Mijn oordeel is daarbij volkomen
overbodig.
Nog één
bijkomende reflectie, wie een inburgeringscursus volgde om zich te
integreren in de Vlaamse of Nederlandse samenleving kan een vette
kluif hebben aan het verdeelde en tegensprekelijke haikuwereldje.
Het blijft echter
boeiend mensenwerk waarbij veel ego's meespelen... Le choc des idées
jaillit la lumière?’ |